De manier waarop eten wordt gepresenteerd, kan veel verschil maken. Een bord met verschillende kleuren, vormen of kleine porties ziet er vaak al aantrekkelijker uit dan een grote hoop groente. Denk bijvoorbeeld aan komkommer in reepjes, worteltjes in rondjes of kleine hapjes die makkelijk te pakken zijn.
Ook een beetje creativiteit kan helpen. Geef groente een leuke naam of maak er een speels verhaal omheen. Voor kinderen kan dat nét het verschil maken tussen weigeren en toch even proeven. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn, zolang het maar leuk en ontspannen blijft.
Soms ligt het niet aan de groente zelf, maar aan de manier waarop deze is klaargemaakt. Wat gekookt minder lekker wordt gevonden, kan bijvoorbeeld uit de oven of uit de pan ineens wél in de smaak vallen. Denk aan geroosterde groenten, groentefrietjes of een zachte groentepuree.
Door te variëren in bereiding, ontdek je wat jouw kind prettig vindt. De ene keer iets knapperig, de andere keer juist zacht of verwerkt in een gerecht. Zo blijft het interessant en vergroot je de kans dat je kindje iets accepteert.